19 February 2012

Perjalanan J.T. Cremer Melalui Tanah Karo Menuju Danau Toba, 1907


melintasi sungai



In 1907 bracht J.T. Cremer een bezoek aan Nederlands-Indië, waar hij Deli, Atjeh en Buitenzorg bezocht. Tijdens dat bezoek maakt hij onder meer met J. van Vollenhoven, de hoofadministrateur van de Deli Maatschappij, een tocht naar het Tobameer. Met twee auto??s van het merk Spijker vertrok men op 28 februari vanaf de woning van Van Vollenhoven aan de Delilaan in Medan.

3 maart keerde men weer terug in Medan. Met als kop "Per auto naar de Hoogvlakte van Sumatra" verscheen op 16 maart 1907 het volgende verslag van die tocht in de krant Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië: "De Sum. Post bevat een zeer interessant verslag van een tocht per auto naar de Bataksche hoogvlakte. Wij ontleenen aan het reisverbaal het volgende: ??Geen ongeduldig in den morgennevel snuivende rossen, geen getrappel, zweepgeklap of nerveus heen en weer geloop van syces en bedienden, sjouwend met koffers of mondvoorraad, zooals men allicht zou denken dat een tocht naar het bijna 100 kilometer verwijderde bergland zoude kunnen teweegbrengen. Slechts twee ??up to date" Spijker-auto's van voldoende capaciteit, gemakkelijk voor ??long distance"-transport van passagiers ingericht, kwamen à la minute de reizigers na het ontbijt in de Deli-laan afhalen en toen ging het voort, met de voor automobilisten zoo aangename gewaarwording, flink op te schieten zonder er veel van te merken.

melintasi sungai



Op deze foto is een groepsportret te zien voor een provisorisch ingerichte garage "Verwey & Lugard" waarin één van de Spijker auto's voor de nacht werd ondergebracht.



Zoo snorde men Padang Boelan voorbij en ging over Kelahoen Penang, boven-Arnhemia en de bovenafdeelingen van St. Cyr naar Bandar Bahroe. Het reisgezelschap was, zooals gezegd, verdeeld over twee auto's. Dat deze twee met vrij wat meer buitennissigheden kennis maakten dan gemeenlijk zich op den Leidschen weg via den Deyl naar Leiden voordoen, zal wel een ieder begrijpen en blijkt al dadelijk uit het verdere reisverhaal. Aan de Petani gekomen, een frisch stroomend riviertje, ging men daar zonder bedenken door heen, al was er ook geen brug te zien. Heerlijk spatte het water uiteen, toen zich de eerste der twee auto's ??te water" begaf, en voor men zich eigenlijk rekenschap gaf van wat er gebeurde, hoe de knalpot siste en het water werd opgestuwd als ging er een mailboot door de Petani, was men alweer op het droge en vervolgde de gewillige motor even geheimzinnig brommend als voorheen zijn vereischt toerental in de minuut. Steeds werd de weg nu interessanter. Was men even tevoren door de Soengei geplonst en waren zelfs de assen daarbij niet boven water gebleven, nu kwam het droge element zijn bezwaren in den weg leggen.

Langs wegen waar aan de eene zijde een 50 meter diepe afgrond gaapte en aan de andere zijde een steil opgaande uitgraving als uitzicht en hoop op eventueel ??houvast" benam, gingen de twee auto's met een overblijvend grondstukje van nauwelijks 30 c.M. aan elke zijde der wiel-indrukken kalm verder, met een genoegelijk gerommel van het tandraderwerk, als eens eene andere versnelling van wege steilere gedeelten moest worden ingeschakeld. Vooral na Sembahé, even voor men Siboelangit bereikte, zag men sterke afgravingen en daar was het, dat een der auto's, gelukkig in voorzichtig tempo rijdend, plots met de voorwielen door een hulpbrug zakte. Dit had natuurlijk oponthoud tengevolge, maar de heeren hielpen allen flink mede en zoo was het voertuig binnen niet al te lang tijdsverloop weer vrij gemaakt en werd de tocht voortgezet. Na al die kleine strubbelingen was men toch reeds om even over elven op Bandar Bahroe. Dat was den 28en Februari.

Nog dienzelfden dag werd met een der auto's, bij wijze van proeftocht, getracht de direct na Bandar Bahroe beginnende helling te nemen en men slaagde aanvankelijk uitmuntend. Spoedig echter werkte men zich vast in den modder. De weg gaat hier geheel door oud bosch en nauwelijks dringt een zonnestraaltje door om de natte plakken op den weg behoorlijk weer te drogen. In deze chocolade-brei liep dus de motor vast... vast als een muur, zonder dat er zelfs beweging meer in was te krijgen. Men moest dus den wagen verlaten en te voet naar Bandar Bahroe terug keeren. Den volgenden dag zou het echter beter gaan. Vrijdag 1 Maart. Het weder liet zich vrij gunstig aanzien, hoewel het veel geregend had en daardoor de grond doorweekt was. Men besloot de andere auto zoo min mogelijk te belasten en zoo vertrok men, de dames vooruit in draagstoelen, tot men de zwaarste wegstukken gepasseerd was, waarbij 40 koelies te pas kwamen, die eveneens de andere auto uit den modder werkten. Deze laatste ging toen naar Bandar Bahroe terug. Dat ging prachtig. Zoodoende maakten toen al de reizigers, zeven in getal, in één auto den tocht naar Teunglé, op het plateau. Men was 7 uur 's morgens van Bandar Bahroe vertrokken en om negen uur ongeveer op Teunglé. Na een uurtje pleisteren werd de tocht voortgezet, doch reeds dreigden zware wolkgevaarten met regen, die dan ook niet naliet zich uit te storten, toen men Boenoe Raya had bereikt. Van doorgaan was geen quaestie. Het water viel met bakken uit den hemel en in allerijl werd dus voor logies gezorgd. Ook de auto moest een onderdak hebben en spoedig werd hoog in 't Batak-gebergte onder leiding van den heer H. M. een provisorische ??Garage Verwey & Lugard", als zoodanig op een photo vereeuwigd, in elkaar gezet, alwaar de ??Spijker" knusjesdroog kon worden opgeborgen. Naast de mooie ??kareta setan" stonden toen broederlijk onder 't zelfde dak nog twee ??kareta sewah's". 't Was een koude nacht.

Zaterdag 2 Maart. Gelukkig stelde beter weer op den volgenden morgen het gezelschap in staat een wandeling te maken en werd mevrouw v. d. Berg te Kaban Djahé met een bezoek verrast. De zendeling zelf was op tournee. Weer op Boenoe Raya teruggekeerd, werd toen het laatste einde van den tocht te 11 uur ondernomen en in iets meer dan een half uur bereikte men Gringging, waar de weg letterlijk eindigt en slechts op een voetpad de reis kan worden voortgezet. Eerst nam men hier een landelijk dejeuner tot zich en daarna ging het per pedes apostolorum verder door de vlakte, door diepe ravijnen doorsneden. Heel ver was men nu niet meer van het einddoel en in 2 1/2 uur zag men voor 't eerst van een der hoogten iets van het Toba-meer. Men was aan den voet van den Piso Piso en van de helling had men toen een onvergetelijken overblik over 't zoo aantrekkelijk meer. Men ziet hier het deel daarvan in al zijn grootschheid en natuur-overweldiging. Kiekjes werden dan ook direct genomen.

Zoo was dan het doel van den tocht bereikt en ieder was uitermate tevreden over den goeden afloop. Wel herinnerde men zich nog enkele spannende momenten, waarbij zelfs levensquaesties niet geheel buitengesloten waren, b.v. op het zwakke bamboebruggetje over den Lau Biang, dat doorzwiepte en kraakte toen de Spijker er zich met één passagier op waagde... brrr, doch dat zijn zoo juist de attracties van het automobilisme; ze kruiden de reisindrukken met onvergetelijke momenten. De wandeltocht terug leverde geen bizondere incidenten en men was tegen zonsondergang weer op Boenoe Raya. Daar waren toen door de Batakkers eenige voorbereidingen getroffen en 's avonds werd het gezelschap een Tandak-partij aangeboden, waar Mata Hari nog een lesje had kunnen nemen. Wel... er was een dochter van 't verre Batakland te zien, die het zeker in schoonheid van haar won, al had ze de gratie slechts van moeder natuur en... overlevering. Bij die gelegenheid verscheen ook een deputatie uit Lingga en overhandigde mevr. Cremer het zeer geapprecieerde Batak-geschenk: de kip en de rijst. Des anderen daags (dus Zondag 3 Maart) was het prachtig weer. Om half negen steeg men in de auto en was om 12 uur te Bandar Bahroe. Bij de heldere lucht genoot men daar nog van een verrukkelijk uitzicht over geheel Deli en noode scheidde men na de rijsttafel van dit schoone plekje, om weer de lagere landen op te gaan zoeken. Om half twee werd de terugtocht aanvaard en tegen vijf uur was men weer in de hoofdstad terug, na veel genot met weinig vermoeienis, veel aardige emoties en weinig tijdverlies - het levensbeeld van menig gelukkig sterveling op dit ondermaansche."

Sumber : 
digitalecollectienederland.nl


Titel:
J.T. Cremer and his fellow travellers making a trip by car to Lake Toba / Tocht per auto naar het Tobameer door een gezelschap onder wie J.T. Cremer

Vervaardiger:
J.T. (Jacob Theodoor) Cremer J. (Joost) van Vollenhoven

Vervaardigingsdatum:
28-02-1907

Aanbieder:
Tropenmuseum Amsterdam

No comments:

Post a Comment